Effect APS op lichaamseigen pijnstillers

Wetenschappelijk onderzoek


Prof. DH van Papendorp, MC Maritz and N van Dippenaar
Universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika

Het doel van het onderzoek was om te onderzoeken wat het effect is van APS therapie op twee lichaamseigen pijnstillers: Bèta-endorfine, Leucine-enkefaline en op “Substance P”.
Deze neuropeptide die vooral voorkomt in het centrale zenuwstelsel en het maag/darm gebied speelt een rol bij het verlagen van de pijndrempel, dit heeft als gevolg dat je eerder pijn voelt.

Methode

24 personen namen deel aan het onderzoek. 12 met chronische pijn en de andere 12 fungeerden als de controle groep. Van alle 24 personen werden voor aanvang van de APS behandeling bloedmonsters genomen.
Na elke APS behandeling werd weer onmiddellijk bloed afgenomen evenals een uur na de vijfde en laatste behandeling.
De APS behandelingen werden dagelijks, 5 dagen achtereen uitgevoerd.

Resultaat

Bèta-endorfine concentraties lieten een toename zien van 400% in de groep die pijn had, terwijl de controle groep een 60% vermeerdering vertoonde.
Ook de Leucine-enkefaline plasma concentraties vermeerden in lichte mate met APS therapie in de pijngroep.
APS behandeling had geen effect op de controlegroep.

Conclusie

De reden voor de progressieve toename van leucine-enkefaline na APS therapie wordt toegeschreven aan tot op heden onbekende effecten van specifieke elektrische prikkels, van een bepaalde duur en kwaliteit, met als resultaat pijn vermindering.
Gecombineerd met de toename van de bèta-endorfine concentraties zoals gebleken is uit deze studie, kan leucine-enkefaline intern betrokken zijn bij de verlichting van chronische pijn bij mensen.
Leucine-enkefaline heeft n.l ook een remmende invloed op het vrijkomen van “Substance P”, deze veronderstelling verdient echter nog nader onderzoek.

In dit onderzoek uitgevoerd door Prof. D.H. van Papendorp, Univ. Van Pretoria zijn de effecten van APS therapie op endogene opioiden, dit zijn lichaamseigen pijnstillers, onderzocht. De resultaten tonen de werking van APS therapie duidelijk aan. Ten opzichte van een controlegroep bleek de plasma bèta-endorfine concentraties significant verhoogd.

De leucine-enkefaline concentraties waren verhoogd na APS behandeling.

Bron : www.matera.nl